| |
|
In
de media
Uit het AD van woensdag 29 juni 2005
De vier Hollandse Tour-debutanten
Door Renze Lolkema
Het contingent Nederlanders dat zaterdag start in 92ste Tour de France telt vier debutanten.
Drie van hen (Gerben Löwik, Joost Posthuma en Pieter Weening) maken deel uit van de formatie van Rabobank. Bram Tankink is een van de negen uitverkorenen van Quick-Step Davitamon.
Pieter Weening
,,Pieter Weening? Die wint in 2008 de Tour de France'', zegt Joost Posthuma, Weenings ploegmakker. ,,Of in 2009.'' Posthuma kijkt guitig rond als hij die opmerkingen maakt. Ze zijn cynisch bedoeld. Hij kent de prognoses van de Hollandse insiders.
Weening heeft het volgens die kenners in zich de opvolger van Joop Zoetemelk te worden, de laatste Nederlandse Tour-winnaar. Inmiddels moet iedereen er om lachen. Eerst maar eens zien hoe de Tour in de praktijk bevalt. Weening zelf haalt zijn schouders op. Hij de Tour winnen? Laat hij die loodzware ronde der rondes eerst maar eens uitrijden. Als telg uit een gezin van liefst tien kinderen die opgroeide in het Friese Harkema is het maar beter bescheiden te blijven, zeker nu hij zaterdag debuteert.
,,De bedoeling is om keihard te gaan trappen'', zegt hij. ,,Het schijnt daar in Frankrijk een echte heksenketel te worden.''
De bergen worden zijn domein. Daar zal de 24-jarige Fries kopman Denis Menchov bijstaan. ,,De meeste beklimmingen ken ik. De cols zijn dus bekend.'' Nerveus is Weening niet echt. De voorbereidingskoersen (Romandië, Catalonië en de Dauphiné Libéré) gingen goed, reden voor twijfel is er daarom allerminst. Hij ziet eigenlijk het meest tegen de duur van de Tour op. Drie weken fietsen, dat blijft voor een jonge renner een ontdekkingsreis. Vorig jaar deed hij hetzelfde in Spanje, maar de Vuelta laat zich niet vergelijken met de Tour, zo leerden zijn ervaren ploegmaats hem.
Net als Pieter Weening is de rest van zijn familie nog nooit in de Tour geweest. Een van zijn broers komt hem opzoeken, op de dag dat de karavaan Courchevel aandoet. Zijn vader moet nog een dag plannen, maar is wel van plan af te reizen. De rest komt niet vanwege verplichtingen op school en de werkvloer.
Gerben Löwik
Hij komt uit een vrijbuitersgezelschap. BankGiroLoterij en Chocolade Jacques, waar hij in totaal drie jaar lang naam maakte, waren immers minder strak georganiseerd dan Gerben Löwik nu meemaakt bij Rabobank. Maar als hij eerlijk is, voelt hij zich nog steeds vrijbuiter. ,,Ik denk dat ik daarom naar Rabobank ben teruggekomen. Er kan zich namelijk altijd een interessante ontsnapping aandienen.''
Dat Löwik debuteert in de Tour de France had hij een paar maanden geleden niet durven dromen. Veel blessureleed leek hem te verlammen, maar op wilskracht knokte hij zich terug. ,,Ik was aangetrokken om een goed voorjaar te rijden, maar door pech kwam ik gewoon nooit in m'n ritme.'' Afgelopen maand overtuigde hij de ploegleiding definitief in de Dauphiné Libéré. ,,Daar werd zo godsgruwelijk hard gereden.'' Voor de 28-jarige renner uit Tubbergen werd een plaats gereserveerd in de Tour-ploeg. Vorig jaar maakte hij als gast van de NOS kennis met het wereldberoemde circus.Maar hij voelde zich als toerist niet op zijn gemak. ,,Ik vind dat je als renner niets te zoeken hebt in de Tour als je niet meerijdt. Daar stond ik dan, in m'n lange broek terwijl die rennersbussen aan kwamen rijden. Zo nooit weer, dacht ik.''
Miguel Indurain was de grootheid die hem inspireerde de fiets op te stappen. Als tiener keek hij begin jaren 90 ademloos naar de tv toen de fenomenale Spanjaard vijf maal met succes Frankrijk doorkruiste. ,,Ik reed toen de Holterberg op. Dat was toch even wat anders.''
Nu maakt Löwik zelf deel uit van 's werelds mooiste wielerkaravaan. ,,Uiteindelijk wil ik scoren. Daarvoor nemen ze me mee. Het moet een keer meezitten. Dat is ook tegelijkertijd mijn angst: dat het een keer niet meezit.''
Joost Posthuma
Ook Miguel Indurain inspireerde jarenlang Joost Posthuma, 24 jaar en een rasechte Tukker. Maar dat was later pas. Als jochie begon hij te sporten op de atletiekbaan. Hij werd zelfs nationaal kampioen bij de junioren D op de 1000 meter. Maar toen zijn vriendjes stopten met lopen, ging de lol er bij hem ook af. Net in die tijd won Bart Brentjens Olympisch goud op de mountainbike. Posthuma was onder de indruk en wilde dat ook. Bij zijn club in Hengelo werd er echter ook op asfalt getraind waardoor Posthuma ook een bepaalde liefde ontwikkelde voor de racefiets. Zijn moeder hoopte echter dat haar zoon zou kiezen voor het mountainbiken. ,,Als je dan valt, val je zacht'', motiveerde ze.
Toch koos hij geleidelijk aan voor wegwielrennen. Ook al omdat hij als hooikoortspatiënt regelmatig last had van enorme niesbuien en waterige ogen als er weer eens een tocht door het bos was georganiseerd. Zodoende kwam hij in contact met Han Vaanhold, in het oosten des lands een gerenommeerde ploegleider met oog voor talent. Halverwege 2004 werd Posthuma prof, hij kwam toen over van de amateurs. Hij vond het van meet af aan prachtig. ,,Het was een eer toen ze me in september al voor de Vuelta vroegen.''
Dit jaar reed hij zelfs al prijs: in de zware etappekoers Parijs-Nice won hij rit zes. ,,Aanvallen loont uiteindelijk'', zegt hij. Maar het is anders dan in het mountainbiken: ,,Ik heb moeten afleren om volle bak te vertrekken. Mountainbiken duurt vaak maar een uur, dan vlieg je er meteen in. En op de weg heb ik geleerd te eten tijdens de koers. Dat kon in het mountainbiken ook niet.
,,Eigenlijk'', vervolgt hij, ,,heb ik nog nooit een tegenslag gehad. Het zit tot dusver allemaal mee.'' Dat belooft wat voor de Tour. Posthuma: ,,Die wil ik uitrijden. Sowieso.''
Bram Tankink
Zo'n vier jaar geleden twijfelde Bram Tankink - 26 jaar uit Haaksbergen - of wielrennen nou wel zo'n geweldige sport was. Hij moest met Domo, toen gerund door zijn huidige ploegbaas Patrick Lefevere, naar de Ronde van Polen. Romans Vainsteins was Tankinks kopman en daar handelde de Let ook naar. Zijn manier van benaderen was ronduit badinerend naar knechten en begeleiders. ,,Kleinerend'', herinnert de Tukker zich. Vainsteins leidde toen het klassement en vond dat de rest zich ook moest inzetten voor de ploegentabel. ,,Ik zat helemaal kapot, maar hij wilde dat ik volle bak zou rijden tijdens de tijdrit. Dat sloeg nergens op, daar was niemand mee bezig. Het was zijn maniertje van baas spelen.''
Tankink voldeed echter toch aan het verzoek van Vainsteins, maar werd er niet gelukkig van. ,,Ik voelde me klein en had geen zelfvertrouwen. Ik dacht toen echt: als het zo moet, ga ik liever iets anders doen. Zo was het helemaal niet leuk. Ik ben wel iemand die gezelligheid nodig heeft.''
Inmiddels is het tij gekeerd. De jongeren, Tom Boonen voorop, hebben de macht in Lefeveres ploeg, nu gesponsord door Quick-Step. ,,Ik ben wel een stemmingmaker'', zegt Tankink. ,,Maar dan wel met de juiste personen om me heen. Niet om Museeuw aan te vallen, maar met Boonen als kopman heerst er toch een andere sfeer.''
In de komende Tour zal bij Quick-Step alles om Boonen en Michael Rogers draaien. ,,Ik ben blij dat ik de Tour mag meemaken. Als mountainbiker was ik onbeholpen, altijd naar de kloten. Nu leef ik er beter voor. Dat kwam ook omdat ik niet uit een wielren-milieu kwam. Ik wist amper wat topsport inhield. Nu begint alles zijn vruchten af te werpen. De Tour rijden is toch een van de redenen waarom ik wielrenner ben geworden.''
Bron: Algemeen Dagblad
|

|