| |
|
In
de media
Uit het Boxmeers weekblad 25 juli 2005
Rabobank levert weer enkele talenten af
'Wist niet dat Boxmeer zo druk was'
Door Sander Berends
EINDHOVEN - Net voor de start van de Tour de France maakte Rabobank bekend het contract met haar twee wielerploegen nog eens te verlengen. Het bankconcern zal nu zeker tot en met 31 december 2007 op de shirts van een ProTeam alsmede een Continental Team staan. De Rabobank als basis voor wielertalent in Nederland. Een aantal van hen staat maandag aan de start in Boxmeer. ,,Nooit geweten dat Daags na de Tour zo leefde.''
Dit jaar stelde de enige Nederlandse equipe in de ProTour, de elite van het mondiale wielrennen, zomaar drie debutanten op voor de grootste en meest bekende etappekoers van de wereld. Pieter Weening, Joost Posthuma en Gerben Löwik mochten voor het eerst proeven aan het walhalla dat de Tour de France heet. Niet zonder succes, want Weening wist voor het eerst sinds 2002 weer een etappe te winnen voor de oranjekleurige formatie van ploegleider Erik Breukink. Met een voorsprong van slechts achtduizendste van een seconde bleef hij zijn medevluchter Andreas Klöden op zaterdag 9 juli tijdens de etappe naar Gérardmer voor. De fotofinish had niet eens duidelijkheid kunnen scheppen. Maar het tekent het gegeven dat er weer nieuw bloed is voortgebracht door het opleidingsinstituut, zoals Rabobank in de wielerwereld inmiddels voortgaat. De 24-jarige Fries Weening, in 2002 nog Nederlands kampioen bij de beloften, is daar wellicht het meest ultieme voorbeeld van. In 1999 kwam hij na het goed doorlopen van de Rabobank Ardennenproef terecht in de juniorenploeg van de bankgigant. Via de beloftenequipe belandde hij in 2004 bij de 'grote jongens'. Rabobank verlangde naar dit succes, want de kritiek op het uitblijven van successen leek zich steeds meer te versterken.
Aanpak
Het voorbeeld werd geleverd in het laatste weekend van juni, toen Rabobank op twee fronten misgreep bij het NK in Rotterdam. Waar bij de beloften de kopmannen de beslissende slag misten, daar deed zich bij de profs een lachwekkend tafereel voor waarbij miscommunicatie als belangrijkste reden aangevoerd kan worden. Sprinter Steven de Jongh, die uiteindelijk als tweede eindigde, spuide openlijk kritiek op de ploeg en de dag erna was dit voor de landelijke media de aanleiding om de aanpak van Rabobank eens goed onder de loep te nemen en te bekritiseren. Zelfs Sportweek besteedde er een 3-pagina-analyse aan. De Jongh, die inmiddels voor Quick Step tekende, heeft inmiddels zijn excuses aangeboden en alle plooien zijn weer gladgestreken. In de Tour de France werd dat weer aangetoond. Zonder rassprinter Oscar Freire, die opnieuw problemen heeft met zijn zitvlak, en rasaanvaller Bram de Groot die kampte met een sleutelbeenbreuk, werd toch succes geboekt. Ingezet door uitgerekend de jongste renner van de formatie. Het symboliseert de nieuwe start die de ploeg en de sponsor hebben gemaakt. De zelf opgeleide talenten krijgen weer een kans.
En dat was ook de reden waarom Rabobank in 1996 een zeer ambitieus plan uit de grond stampte om het Nederlandse wielrennen weer aanzien te geven. Liefst drie ploegen zouden onder de naam van de bank de mogelijkheden krijgen om zich te etaleren tot grootse daden. Doorstromen van de junioren, via de elite-amateurs naar de profs. Een mooiere lijn kon er niet getrokken worden. Maar toch bleek dit aanvankelijk mooier dan voorgesteld, want de doorstroming stokte voortdurend. Roel Egelmeers uit Oploo behoorde tot de eerste lichting die dit geëffende pad zou moeten bewandelen, maar ook na vier jaar bij amateurs te hebben gereden, kwam hij tekort om de laatste stap te maken. Ook een renner als Löwik mocht vertrekken. Slechts coureurs als Thorwald Veneberg, Mathew Hayman en Ronald Mutsaars liepen de route zoals gepland. Maar een Tourdebuut kwam er nog niet van. Het was tekenend dat Remmert Wielinga, die Rabobank moest verlaten, via een tweejaars uitstapje in Italië weer mocht terugkeren en direct een goed voorseizoen reed om vervolgens weer verder te gaan als een modale renner. Rabobank had in 2003 overigens al besloten om de juniorenploeg op te heffen.
Maar dit jaar werpt de aanpak eindelijk zijn vruchten af. De drie Tourdebutanten zullen maandag ook verschijnen in Daags na de Tour en vers bloed was gewenst bij het wielerpubliek. Vooral, omdat volgend jaar Erik Dekker en misschien ook wel Michael Boogerd, afscheid zullen nemen van het wielerpeloton en het wachten op opvolging wel erg lang duurde. Maar in Löwik, toch alweer 28 jaar, is er een renner voor de klassiekers bijgekomen en iemand die kort kan eindigen in allerhande soort sprints. In Weening en Posthuma, beiden 24 jaar, zijn er renners die meekunnen in het middelgebergte, weten wat knechten is en tegelijk niet vies zijn van een solovlucht. Waar Weening werd bevangen met het wielervirus door eens mee te rijden met een dikke bandenwedstrijd in zijn woonplaats Harkema, daar richtte Posthuma zich aanvankelijk op atletiek. Toen de Hengeloër daarop raakte uitgekeken, koos hij voor de wielersport. Omdat zijn ouders de wegversie te gevaarlijk vonden, ging hij wedstrijden rijden op de mountainbike. ,,Maar ik kwam telkens dezelfde jongens tegen en in het programma zaten toch wel heel veel gaten. Ik reed een keer mee met een districtswedstrijd en besloot de overstap definitief te maken.''
Ontzettend druk
Posthuma reed vorig jaar als wielerprof voor het eerst mee in Daags na de Tour. De tijdritspecialist was toen net enkele weken beroepsrenner. ,,Ik vond het toen ontzettend druk, dat had ik helemaal niet zo verwacht,'' blikt de renner hierop terug. ,,Ook waren er veel toeschouwers uit Duitsland die kwamen kijken, viel me op. Daags na de Tour is een groot volksfeest, alles gaat in een ontspannen sfeer. Elk jaar staat er een goed deelnemersveld aan het vertrek. Ik vind het een mooi rondje.'' Zelf hoopt hij de komende week bij verschillende criteriums op de deelnemerslijst te staan. ,,Ik weet op dit moment (op 10 juli, red.) nog niet hoe mijn programma eruitziet na de Tour. Het zal er grotendeels van afhangen of ik Parijs haal of niet. Ik zou in de eerste week graag een aantal criteriums rijden, een leuke bezigheid. Gerrie van Gerwen (de coördinator die de renners voor de criteriums vastlegt, red.) komt op de rustdagen naar Frankrijk en dan weet ik al wat meer.'' Posthuma, die in het voorjaar een etappe in Parijs-Nice op zijn naam schreef, waardeert het open karakter van een criterium. ,,Zowel voor de renners als natuurlijk het publiek. Ze kunnen handtekeningen komen vragen en dat alles in een leuke, ontspannen sfeer. Criteriums vormen een mooi PR voor de wielersport.''
Binnen de Rabobank-profploeg staan er nu alweer nieuwe coureurs te trappelen van ongeduld. Klaar om de fakkel over te nemen. Thomas Dekker, 20 jaar slechts, werd onlangs nog bekroond met de titel 'Talent van het Jaar' door het NOC/NSF. Een waardering die bij Rabobank als muziek in de oren klinkt, omdat Dekker al sinds 2002 bij de ploeg rijdt. Hans Dekkers, sinds 1999 in dienst van Rabobank, lijkt herboren terug te keren van een jaartje bij het Continental Team en zal opnieuw bij de profs kunnen aantonen dat hij wel degelijk wedstrijden kan winnen in de ProTour door middel van zijn sprint. Tenslotte is daar Jukka Vastaranta. De 21-jarige Fin, die jarenlang in huis woonde bij ploegleider Frans Maassen, lijkt alles te kunnen. Rabobank is ook de komende jaren verzekerd van jong talent en daar was het de bank ook om begonnen.
Bron: Boxmeers Weekblad
|
|