| |
|
In
de media
Uit "De Heet" december 2005
Winnen in de zesde etappe van de rittenkoers Parijs-Nice. Joost Posthuma
deed het 12 maart van het afgelopen jaar en was daarmee de eerste
Nederlander die een overwinning behaalde in het nieuwe wielersysteem, de
ProTour. De renner van de Rabobank ploeg is pas sinds twee jaar
professioneel wielrenner en wordt gezien als een grote belofte voor de
toekomst. Posthuma rijdt in de klim naar de koploper en in de laatste 10
kilometer, die bergaf zijn, rijdt hij nog eens 1.10 min weg bij de
Duitser Jorg Ludewig en gaat hij de geschiedenis boeken in als eerste
Nederlander die een Pro Tour overwinning pakt. De geboren Hengeloër
heeft met succes het VWO gevolgd op De Grundel. Met deze ex-Grundelier
had ik op dinsdag 20 december een interview.
Met een enerverende les Engelse GLO achter de rug begon ik toch een
beetje de spanning te voelen. Dit was namelijk wel voor het eerst dat ik
een profsporter ging interviewen. Alles stond klaar en het wachten was
op Joost Posthuma, die overigens precies op tijd kwam. Om 10 over 3 kwam
er een zilverkleurige Audi met Belgisch kenteken aangereden. Er stapte
een grote blonde man uit de auto, die verdacht veel leek op de Joost
Posthuma die ik kende van TV en de foto’s in de krant. Iets groter dan
ik had verwacht maar het hem was toch zeker.
Eerst een rondleiding door de school, want hij had het resultaat van de
grote verbouwing nog niet gezien. Omdat het gebouw zo ingrijpend is
veranderd, is hij een beetje de weg kwijt. “Wat zat daar eerst dan?” en
“Volgens mij zaten daar de scheikunde lokalen” hoor ik hem zeggen. Ik
kan het hem ook niet vertellen want ik ken de oude school niet en heb
geen enkel idee waar alles was en stond. Ondanks dat hij er bijna niets
van herkent, vindt hij het toch erg mooi geworden. Eén van de redenen
voor hem om naar de Grundel te gaan was de karakteristieke uitstraling
die het gebouw had. “En dat is gebleven, zeker als je dat vergelijkt met
bijvoorbeeld De Twickel die bestaat uit wat losse gebouwtjes die aan
elkaar zijn gebouwd.”
We beginnen het interview en ik neem het op met een cassette recorder
die zo groot en onhandig is dat deze nauwelijks achterop je fiets kan.
De leukste vakken die hij heeft gehad waren economie, geschiedenis en
natuurlijk gymnastiek. Geschiedenis had hij van dhr. Kienhuis. “Dit is
nog de mooiste tijd van je leven straks begint het pas echt” was het wat
hij zijn leerlingen voorhield. Joost is het hier niet mee eens. Niet dat
hij geen leuke schoolperiode had, maar hij vindt het fietsen gewoon veel
mooier om te doen. “Want wat is er nou mooier dan van je hobby je beroep
te maken” aldus Joost Posthuma.
Met het schoolfeest in aantocht vraag ik hem hoe de schoolfeesten in
zijn tijd waren. Zijn eerste twee jaren op de Grundel verliepen rustig
en de schoolfeesten werden gehouden in de aula. Waar je dan een biertje
kocht een gezellige avond had. Later ontstonden door de samenvoeging van
havo-vwo en vbo-mavo problemen. “In mijn derde jaar hoorde je wel eens
dingen over drugshandel, dit soort problemen waren er daarvoor minder
tot niet.” En dus vindt hij de overgang naar de oude situatie een goed
plan. De school heeft wel één naam maar het is toch totaal verschillend.
Hij is de Grundel eigenlijk nooit uit het oog verloren en als er iets in
de krant staat, leest hij dat even. Graag was hij gekomen naar de
officiële opening van de Grundel, maar toen was hij net op
trainingskamp.
De beste Sint is alweer een tijdje uit het land maar toch ben ik
benieuwd hoe Sinterklaas in die tijd gevierd werd en hoe hij het vond.
Het blijkt dat ontsnappen toen ook altijd al de grote sport was. Ik
krijg te horen dat het principe toen hetzelfde was en dat het toch wel
lachen was.
Dan de wielrenner Joost Posthuma. Hij is ooit begonnen met mountainbiken
omdat Bart Brentjes goud won op de Olympische Spelen van Atlanta 1996.
Hij zag het en dacht dat het toch eigenlijk best een leuke sport was en
stapte over op het mountainbiken. In zijn jeugd had hij eerst veel aan
atletiek gedaan, maar de laatste twee jaar van zijn schoolcarrière heeft
hij gefietst. Begonnen bij de OWC (Oldenzaalse Wieler Club) reed hij
ooit eens op een provinciaal kampioenschap mee in de kopgroep. Dezelfde
avond tekende hij een contract en een half jaar later zat Joost bij de
Rabo-ploeg. Zo snel kan het dus gaan.
Het combineren van fietsen met school was geen probleem, dit kwam later
pas. “School heeft nooit moeilijk gedaan, maar ook nooit geholpen, het
is ook begonnen als hobby.” Met later doelt hij op zijn studie
Bedrijfseconomie op Saxion. “Omdat je toen veel in groepen moest werken,
werd het steeds lastiger te combineren omdat ik niet veel tijd had en
vaak op andere tijden dan studiegenoten.” Toch heeft hij de studie twee
jaar volgehouden en wil deze ooit misschien weer oppakken, maar dat ziet
hij dan wel weer. In overleg met de Rabo-ploeg en zijn ouders is toen
besloten te stoppen met zijn studie. Dit om vol overgave te kunnen
proberen prof te worden. Hij wint in Turing in Olympia’s tour en rijdt
nog een aantal goede koersen. En zo verdiende hij zijn profcontract.
“Fantastisch, je wordt opeens betaald om je hobby uit te voeren.”
Dan gaat het heel hard met Joost Posthuma. Hij wint de zesde etappe in
Parijs-Nice, wint in Hengelo en neemt deel aan de Tour de France waar
hij 83ste in het eindklassement wordt. Het was zijn eerste Tour. Eerder
had hij ook al de ronde van Spanje gereden en wist dus wat het inhield
een grote ronde te rijden. De ronde van Spanje was ontzettend heet
geweest, maar daarin tegen wel rustig. “Op de rustdagen gingen we
losfietsen, namen we wat geld mee voor een bakje koffie en fietsen weer
verder.” Dat was er in de Tour de France niet bij. Alles rond de Tour is
hectisch, begin juni is het al raak. Iedereen van de pers wil een
interview, een gesprek, een voorspelling. Een halve week voor dat het
grote spektakel van start gaat is hij al aanwezig in Frankrijk.
“Vervolgens word je drie weken lang geleefd.” Zelf de rustdagen zijn
enorm hectisch, niet zo als in Spanje waar gewoon gerust kan worden.
“Het mooiste van de Tour was toch de aankomst in Parijs, daar was ik wel
aan toe.” Dat de toeschouwers zich als gekken gedragen bij de grote
rondes is ook Joost Posthuma niet ontgaan. “Het gevaarlijkste wat ik heb
gezien was toch wel in de sprint als je toch ruim 60 in het uur fietst
er nog allerlei mensen vlak voor je weg springen. Of mensen die op de
weg stonden en hun rolstoel nog op de rem hadden staan.” Zijn
mountainbike verleden komt hem dan toch goed van pas, je leert sturen en
kan veel sneller reageren. “Het gekste wat ik zag was toch wel dat er
een man was die een trapje op een stoel had gezet en dat alleen maar
voor een mooi plaatje.”
Het is nu winter het weer is slecht, de wegen zijn nat en de lucht is
koud. Ik vraag me af wat hij eigenlijk nu nog aan training doet.
Posthuma heeft een lang seizoen gehad, begonnen in februari en reed zijn
laatste rit op 16 oktober. “Ik heb toen drie of vier weken vrij genomen
en helemaal niets gedaan, nu doe ik weer aan krachttraining, veldrijden
en als het weer het toe laat, rijd ik ook nog wel eens op de weg. Begin
januari gaan we met de ploeg op trainingskamp en dan begint het allemaal
weer.”
Ik denk dat het een mooi jaar voor Joost Posthuma kan worden en vraag
hem wat hij er van denkt en wat zijn plannen zijn voor dit seizoen. Hij
heeft net een evaluatie gehad met de Rabo mensen en er is besloten dat
er gescoord moet worden in de maand april. In koersen als Parijs-Roubaix,
de Ronde van Vlaanderen en de Amstel Gold Race. Misschien pakt hij
Luik-Bastenaken-Luik ook mee. Mei wordt een rustige maand die in het
teken zal staan van het testen van de tijdrit materialen. “want ook dat
gaat door.” In juni volgt dan de voorbereidingskoers op de Tour, de
Dauphiné Liberé en wordt er gekeken hoe het er voor staat. “Daarna de
Tour en dan zien we wel weer.”
Het plan na zijn wielercarrière. “Als ik door kan gaan tot mijn 35ste
dan vind ik dat toch allang, misschien pak ik mijn studie
bedrijfseconomie weer op. Maar onderweg kom ik nog zoveel tegen, ik zie
het nog wel.”
Het interview is afgelopen en ik vraag of het goed is om wat foto’s te
nemen, geen probleem. “Misschien is het leuk om mij op een fiets te
fotograferen.” Goed plan we lopen naar mijn fiets en kletsen nog wat
over de leraren op school over onze favorieten en de wat minder
geliefden. Ik neem wat foto’s van hem op mijn fiets. Het is een gek
gezicht een prof wielrenner op mijn omafiets. Maar toch ook wel
speciaal. We lopen naar de uitgang en ik zeg dat ik hem een nummer van
de Heet zal opsturen en dat vind hij een leuk plan. Ik bedank hem en we
vertrekken.
|
|