| |
|
In
de media
Uit De Twentsche Courant Tubantia
maandag 10 juli 2006
Voor Posthuma is er meer dan tijdrijden
Volgens ploegleider Erik Breukink kan hij over een paar jaar een
rol van betekenis spelen op het WK-tijdrijden. Maar Joost Posthuma ziet
er niks in zich te specialiseren in de strijd tegen de klok. De
25-jarige coureur uit Hengelo ontwikkelt zich liever tot een ‘type-Erik
Dekker’.
In de 52 kilometer lange tijdrit rondom Rennes leverde Joost Posthuma
zaterdag een puike prestatie door als tiende te eindigen. Hij gaf
slechts 1.45 toe op de Oekraïense winnaar Sergei Gontsjar, maar bleef
erkende hardrijders als de Amerikaan Zabriskie, de Colombiaan Pena en de
Rus Ekimov voor. ‘Een bijzondere tijd’, waardeerde Breukink de 1.03.28
die Posthuma nodig had.
Waar zijn ploegleider in Posthuma een tijdritspecialist-in-wording ziet,
wil de renner in kwestie zich liever tot een klassementsrenner
ontwikkelen. ‘Met de tijdrit die ik nu in de benen heb, kan ik ook
aardig de klimmetjes over komen’, aldus Posthuma. ‘Op die manier kun je
ook in rittenkoersen als Parijs-Nice kort in het klassement eindigen.
Dat zie je aan Erik Dekker.’ Wat Posthuma wil zeggen: Specialiseren op
de tijdrit is geen optie. Zie David Millar. ‘Dan doe je in de proloog en
een tijdrit mee voor de dagzege. Maar verder?’
De afgelopen maanden investeerde Rabobank veel tijd en geld om de
prestaties in de race tegen de klok te verbeteren. De ploeg bestelde
tijdritfietsen en bracht talloze uren door in de windtunnel, zodat de
ideale positie kon worden gevonden. ‘Ik heb ook lange trainingen gemaakt
op die tijdritfiets’, zei Posthuma. ‘Om je rug- en bilspieren te
versterken. Je lichaam moet gewend raken aan die houding.’ Die -
financiële - inspanningen van Rabobank misten zaterdag hun uitwerking
niet. Mentsjov finishte als 9e (op 1.44 van Gontsjar) en pakte daarmee
tijdwinst op concurrenten als Evans, Savoldelli, Hincapie en Popovitsj.
Posthuma was slechts een tel langzamer dan zijn Russische teamgenoot.
‘Het is volgens mij nog nooit voorgekomen dat twee coureurs van Rabobank
tijdens een lange tijdrit in de toptien eindigen’, stelde Posthuma vast,
die vroeg in de middag van start mocht gaan toen er amper wind stond.
Maar volgens Posthuma gaven die wisselende weersomstandigheden geen
vertekend beeld: ‘De wind wakkerde inderdaad wat aan, maar ik fietste op
een nat wegdek. Die anderen niet. Je zag het aan mijn eerste tussentijd,
ik was 42e. Ik moest rotondes en bochten langzaam nemen.’
Naar verwachting kan Posthuma over een paar jaar nog beter meestrijden
om een etappezege in een tijdrit. Simpelweg om dat hij aan spiermassa
(en dus kracht) zal winnen. Maar zo ver vooruit kijken doet geen enkele
renner in de Tour. Daarin telt hooguit de dag van morgen. Posthuma: ‘Na
de rustdag hebben we nog één vlakke etappe waarin ik voor Mentsjov zal
werken. Daarna zeg ik ‘salut’. Mogen die klimmers het uitzoeken in de
bergen.’
Bron: De Twentsche Courant Tubantia
|
|