In de media

Uit De Twentsche Courant Tubantia
woensdag 29 juni 2005

'De Tour wordt als boeman afgeschilderd'

In de Tour de France van dit jaar maken liefst drie Twentse profwielrenners hun debuut: Gerben Löwik, Bram Tankink en Joost Posthuma. In drie afleveringen kijken zij vooruit. Vandaag te beginnen met Hengeloër Joost Posthuma.

Door René Banierink 


HENGELO - Een dag na de voorstelling van de Rabobank-ploeg voor de Tour moest Joost Posthuma er nog om lachen. 'Iedereen stelde me daar de vraag of ik nergens bang voor was, of ik er niet tegenop zag en zo verder. De Tour werd afgeschilderd als een grote boeman. Natuurlijk, ik moet die Tour nog eerst rijden maar ik zie het probleem niet zo.' Eerder zei hij al dat ze in de Tour 'heus niet opeens vier kilometer harder' gaan rijden. 'En het zal belangrijk zijn om die eerste week, met altijd veel valpartijen, goed door te komen. Tuurlijk zal het de ene dag minder gaan dan de ander. Maar na een slechte komt altijd een goede dag.' 
Het is die instelling die maakt dat Posthuma de steile beklimming naar de wielertop in ijltempo neemt. Hij is pas 24 jaar, nauwelijks een jaar prof en pakweg acht jaar geleden was hij nog atleet in plaats van wielrenner. En de Tour? Die zag hij op tv en hij stond een keer aan de kant, 10 jaar geleden in Seraing bij een tijdrit die Indurain won. 'Ik vond het prachtig. Geen hekken, geen bedreigende sfeer zoals bij het voetballen.' 
Maar zelf de Tour rijden? Nee, daar dacht hij toen geen moment aan. Maar nu, in zijn eerste volledige seizoen als prof (hij stapte halverwege vorig seizoen over) staat hij wel aan het vertrek. Het gaat snel, heel snel, beseft hij ook. 'Ik reed wereldbekerklassiekers, de Ronde van Spanje en nu de Tour. Er zijn profs die dat na tien jaar fietsen nog niet kunnen zeggen.' Hij geeft het grif toe: hij realiseert zich dat niet elke dag. 'Maar ik zat laatst 's avonds voor de tv, zag mezelf voorbij komen en dacht: het gaat inderdaad wel erg snel.' Het is hem min of meer overkomen, maar dat wil niet zeggen dat het allemaal vanzelf ging. 'Mijn leeftijdgenoten gaan ieder weekend uit. Maar ik probeer elke avond om negen uur in bed te liggen. Doe en laat er heel veel voor en dat zien de meeste mensen niet. Kijk, eerst was het gewoon leuk, een hobby. Mijn studie ging voor, ik wilde iets hebben om op terug te kunnen vallen. Toen ik dat had, besloot ik een jaar alles op het wielrennen te gooien. Ik 
won zowel de Ronde van Thüringen als Olympia's Ronde en toen begon me te dagen dat ik weleens prof zou kunnen worden. Vanaf dat moment ging ik er vol voor. Maar ik zie het betrekkelijke er ook van in. Een keer een zware valpartij en het kan over zijn.' 
'Een ideaal hebben is goed. Maar ik was na mijn zege in Parijs-Nice een keer bij jeugdwedstrijden van OWC en als ik zag hoe vreselijk fanatiek het daar ging. Dan denk ik, dat is meer het fanatisme van ouders. Op die leeftijd moet sport nog spel zijn. Kijk hoeveel talentvolle jeugdrenners uiteindelijk prof worden en blijven. Je moet de basis nooit uit het oog verliezen.' 
Toch wordt ook hij soms geleefd en dat zal in de Tour alleen maar gekker worden. 'Ik ga gewoon mee in de mallemolen. Bij de presentatie van de Tourploeg heb ik tweeëneenhalf uur alleen maar interviews gegeven, ook aan journalisten die ik nog nooit had gezien bij een koers.' De Tour overstijgt alles. 'In Frankrijk zal het ook wel hectisch worden. Maar ik moet het eerst ervaren.' Hij wijst op een mobieltje op tafel in zijn ouderlijk huis in Hengelo. Speciaal gekregen voor de Tour omdat hij een dagboek moet bijhouden op de website van Rabobank. Maar gevolg was wel dat dinsdagavond er opeens drie telefoons tegelijk gingen in huize Posthuma: de vaste telefoon, zijn eigen mobieltje en die nieuwe. 'Toen heb ik gezegd, nou is het genoeg geweest. Als ik rust wil, gaat de stekker eruit. Daar heb ik geen problemen mee.' 
Voor de Tour heeft hij zichzelf drie doelen gesteld. 'Ten eerste onze kopman Menchov helpen. Ten tweede zelf ook een keer iets ondernemen, in een mooie ontsnapping meezitten. Zo zit ik in elkaar, zo koerste ik bij de amateurs en zo won ik dit jaar die rit in Parijs-Nice. Ik begrijp niet dat sommigen bij voorbaat kalm aan doen en alleen maar bezig zijn niet buiten tijd te finishen in een bergrit of een tijdrit. Dan verleg je nooit je grenzen. En ten derde wil ik Parijs halen. Dat heeft toch iets bijzonders, net als vorig jaar Madrid halen in de Vuelta. Daar word je bovendien als renner alleen maar beter van.' 



Bron: De Twentsche Courant Tubantia

 

Copyright Wouter Borre/ Twentse Courant Tubantia
Foto: Wouter Borre/ De Twentsche Couant Tubantia

 

Copyright www.joostposthuma.nl