| |
|
In
de media
Uit De Twentsche Courant Tubantia
donderdag 29 juni 2006
Joost Posthuma (25)
Het debuut in de Tour van 2005 was ‘....heel bijzonder. Ik ging er tamelijk
blanco naar toe, had qua ervaring met een grote ronde alleen die van
Spanje in de bagage. In de week voor de Tour hadden we de presentatie
van de ploeg en toen viel me al op hoe ontzettend veel pers daar was.
Maar eenmaal in Frankrijk was het nog vele malen erger. De belangstelling
was echt gigantisch, de hectiek veel groter dan in bijvoorbeeld de
Vuelta. Daar kon je nog rustig op je gemak naar de start gaan, even wat
praten en na afloop van de rit gewoon weer op het gemak richting hotel.
In de Tour ging dat dus niet. Het heeft me verbaasd hoe weinig tijd je
hebt. Er zijn zoveel mensen die wat van je willen. Ik probeer iedereen
altijd zoveel mogelijk te woord te staan en van dienst te zijn. Maar op
een gegeven moment moest ik wel mensen teleurstellen, anders had ik ‘s
avonds om acht uur nog handtekeningen staan uitdelen. Je bent er toch
vooral voor je eigen prestatie. Daarover was ik best tevreden. Ik heb
mijn werk voor de ploeg kunnen doen, ben richting Courchevel in een
mooie ontsnapping weggeweest. En ik ben ook niet zo dood als een pier in
Parijs aangekomen, zoals je van sommige renners weleens hoort. Zoals ik
vooraf al zei: het waren dezelfde renners waar ik tegen reed, dus ik
ging er niet vanuit dat die opeens een stuk harder gingen rijden.’
De Tour van 2006 die nu komen gaat ‘....begint toch iets anders dan ik
me had voorgesteld. Door de rugblessure waarvan ik herstellende ben, is
de voorbereiding niet ideaal geweest. Ik had graag willen vlammen in de
proloog, zoals in de Dauphiné maar ik ben bang dat dat er nu niet inzit.
Verder zal het niet veel anders zijn dan vorig jaar. Mijn rol in de
ploeg zal ook niet veel anders zijn dan vorig jaar. We hebben met Denis
Mentsjov opnieuw de man voor het klassement. Het enige verschil is
eigenlijk dat Oscar Freire er bij is voor de sprints. Maar het voordeel
van Oscar is dat hij toch altijd zijn eigen weg zoekt, dus dat is lekker
makkelijk voor de rest. Voor mij is het vooral zaak mee te springen
wanneer het kan.’
Bron: De Twentsche Courant Tubantia
|
|