In de media

Uit de Telegraaf van dinsdag 28 juni 2005

Posthuma en Weening moeten Rabobank in Tour de France van nieuw elan voorzien

Frisse vrijbuiters

„Zenuwachtig?” Bij het horen van het woord gaan de twee resoluut in de verdediging, alsof ze de huid wordt vol gescholden. „Absoluut niet. De druk ligt niet bij ons twee, al zijn we natuurlijk niet geselecteerd voor de Tour de France om maar wat mee te hobbelen”, weet Joost Posthuma. „Er wordt iets extra’s van ons verwacht en we zijn er ook van overtuigd dat we dat kunnen brengen”, vult Pieter Weening aan.

Het Rabo-duo staat voor de grootste klus uit hun nog prille wielercarrière. De twee jonkies zijn met hun 24 jaar nog zo groen als gras, maar in hun tweede profjaar worden ze al voor de leeuwen gegooid. De twee zijn de eersten van de nieuwe generatie in de rij Tourdebutanten die de komende jaren de oude garde moet opvolgen. Michael Boogerd, Erik Dekker en Marc Wauters hebben hun sporen ruimschoots verdiend in ’La Grande Boucle’, maar hun laatste Tour komt steeds naderbij. Misschien is zelfs de editie van dit jaar al de laatste. 

Weening: „We hebben inderdaad een goede lichting bij Rabobank, maar met het idee dat binnen een jaar alle routiniers vervangen zijn door jongeren, gaan we niet naar de Tour de France. Zoals ik Erik Dekker de laatste tijd weer bezig zie, denk ik ook niet dat hij dit jaar zijn laatste Tour gaat fietsen. Dat geldt evenmin voor Michael Boogerd. Die verhalen zijn volgens mij meer door mensen van buitenaf de wereld in gebracht. Ik hoop het ook niet, want ze hebben allebei veel waarde voor de ploeg. Iedereen kan ook over die twee zeggen wat ze willen, maar ik weet zeker dat ze supergemotiveerd naar Frankrijk gaan.’’

Posthuma knikt bevestigend. Zo nu en dan wijkt hij met een gevatte opmerking van het gespreksonderwerp af, losjes gaat hij vervolgens in op de volgende vraag. „Met wat voor gevoel ik de Tour inga? Met een fantastisch gevoel. Elke dag vlieg ik er vol in”, zegt de Tukker met een bevlogenheid die zo typerend is voor een groot deel van de nieuwe generatie, die Rabobank de komende jaren van vers bloed moet voorzien.

De frisse vrijbuiters bewezen al eerder dat ze de potentie hebben om het stokje over te nemen. In de Ronde van Spanje van vorig jaar presteerde zowel Posthuma als Weening boven verwachting en ook tijdens het huidige wielerseizoen, deed het duo van zich spreken. Posthuma schreef zelfs op fabuleuze wijze een etappe in Parijs-Nice op zijn naam. Met de manier waarop de tijdritspecialist dat deed – aanvallen en zien waar het schip strandt – heeft Rabobank een renner in de ploeg, die vorig jaar juist in de Tour zo gemist werd. 

Pieter Weening was met zijn 23e stek in de Dauphiné Libéré de best geklasseerde Raborenner, zelfs kopman Denis Menchov moest de jongeling voor laten gaan. Opmerkelijk, aangezien Weening in de Tour als knecht van de Rus zal fungeren. „Denis heeft nog niet veel gereden en had in de Dauphiné een slechte dag. Liever daar dan in de Tour. In de Ronde van Romandië werd hij wel derde. Hij maakt zich ook niet druk en straalt rust uit. Alles bij elkaar heeft Denis mij voldoende overtuigd dat hij de onbetwiste kopman is”, aldus de Fries, die genoemd wordt als een toekomstige winnaar van de Tour de France. Zelf blijft Weening nuchter en realistisch. „Ach, het is aardig dat mensen dat over je zeggen, maar eerlijk gezegd word ik er niet warm of koud van. Ik zie wel wat er de komende jaren gebeurt.” 

De twee doen het lijken alsof ze aan de vooravond staan van een willekeurig criterium. Zelfs van de lichaamstaal valt geen plukje spanning af te lezen en dat terwijl ze nog maar een paar dagen zitten voor hun debuut in de Ronde van Frankrijk. Posthuma: „De spanning zal misschien vrijdag wel toenemen bij de presentatie. Maar waar moeten we ons nu druk om maken. Heel het jaar hebben we al in verschillende ProTour-wedstrijden tegen dezelfde renners gereden. Natuurlijk, de Tour is het grootste wielerevenement ter wereld, maar eerlijk gezegd verwacht ik niet dat ze opeens vier kilometer per uur harder rijden.” 
„Dat denk ik ook niet”, haakt Weening in. 

„Een ritzege? Wie weet. In de eerste plaats werken we voor Denis, maar we hebben daarnaast zeker de ruimte om voor onze eigen kansen te gaan. De eerste dagen zal dat moeilijk worden, omdat de sprinters dan de controle willen houden. In de laatste week, wanneer het klassement is gezet, liggen er meer mogelijkheden voor ons op een ritzege.” 
Een mooi streven, al zal niemand het de debutanten kwalijk nemen, wanneer beiden met een blanco lijst huiswaarts keren. Voor Rabobank in het algemeen is de norm wel anders, want de laatste ritwinst dateert alweer van 24 juli 2002 toen Michael Boogerd op La Plagne won. Daarom laat het verlies van Oscar Freire zich ook zo voelen. De sprinter had juist in de vlakke ritten een hoop druk kunnen wegnemen van de Oranjeploeg, al vindt zowel Posthuma als Weening dat door de afwezigheid van Freire veel mensen opeens heel negatief zijn. „We zijn voor velen al dood en bijna begraven voordat we zelfs maar één etappe hebben gereden. Oscar Freire zou inderdaad iets extra’s kunnen brengen, maar hij is er nu éénmaal niet bij. Ook met deze negen renners kunnen we er een mooie zomer in Frankrijk van maken”, laat Posthuma zijn tanden zien.


Bron: De Telegraaf

 

Copyright De Telegraaf

 

Copyright www.joostposthuma.nl