|
||||
|
Klokslag 19.00 uur belde Joost voor het dagelijkse interview. Hij klonk ontspannen en had alle tijd. Hoe ging het vandaag met je en ben je tevreden over je tijd? Joost: Was je gespannen bij de start vandaag? Joost: “Gespannen is niet het goede woord. Ik ben heel geconcentreerd, heel gefocust.” En hoe doe je dat dan, dat focussen? ”Ik ga eerst warm rijden en een stukje van het parcours verkennen, en daarna probeer ik me een beetje af te zonderen en te concentreren op de rit.” Hoe blijf je in zo’n tijdrit op koers? Heb je een gemiddelde snelheid die je probeert vast te houden? Joost: “Zo’n tijdrit rijd je op gevoel. Tegen maximaal kunnen aan. Maar je moet goed opletten dat je niet over de grens gaat want dan verzuren de spieren en dan kom je niet meer vooruit. En dat aanvoelen is een kwestie van ervaring. Op het parcours, bij de bogen over de weg, staan een aantal meetpunten en daarop kun je je eigen tijd zien.” We zagen dat je een andere fiets had tijdens de tijdrit. Wat is er nou zo bijzonder aan die fiets? Joost: “Het verschil zit met name in de geometrie (afmetingen van het fietsframe afgestemd op de lichaamsafmetingen van de renner) en de aerodynamica. De fiets heeft een dicht achterwiel en je zit dieper op de fiets. Lastig is dat je lang in dezelfde houding zit en dat de bilspieren lang onder spanning staan.” Wat vind je dan zwaarder, een tijdrit als vandaag of een ‘normale’ etappe? Joost: “Een tijdrit heb je zelf in de hand. In een gewone etappe moet je veel meer anticiperen op het gedrag van de andere renners, en dat is lastiger.” Werkte het weer vandaag een beetje mee? Joost: “Het was drukkend, ik denk wel rond de 30 graden. Wel droog. Je hebt het weer niet in de hand hè. Het weer was in ieder geval voor alle renners hetzelfde. Dus geen verschillen in droog en natwegdek.” Morgen staat een rit van 178 km naar Aubenas op het programma. Hoe kijk je aan tegen die etappe en zie je kansen voor de Raboploeg? Joost: “Het wordt een gevaarlijke rit. Geen hoge cols maar ook geen meter vlak. En het is afwachten hoe de wegen zijn en hoe breed ze zijn.” Heb je het parcours niet verkend dan? “Nee, als we alle etappes zouden verkennen, dan hebben we de rest van het jaar geen tijd meer om te fietsen.” Oké Joost, daar zit wat in. “We gaan zeker proberen of we morgen wat kunnen laten zien. Kijken of we kunnen meespringen als een goede groep probeert weg te rijden.” Hebben jullie al een strategie besproken? Joost: “Nee, de laatste renners komen nu pas in het hotel. Morgen moeten we een behoorlijk stuk rijden naar de start, zo’n 70 km geloof ik. Dan hebben we genoeg tijd om onze tactiek te bespreken.” En Joost, staat er voor vanavond nog iets op het programma? “Nee hoor. Eten en slapen. Op dit moment is mijn bedje m’n trouwste maatje.” Joost, succes morgen! Nog 3 dagen volhouden en je kunt naar je eigen bedje in Twente. |
|
|||
|
Copyright www.joostposthuma.nl |
||||