In de media

Uit
De Twentsche Courant Tubantia 20 april 2007

Door: René Banierink

'Ik heb twee engeltjes gehad'

Wie niet beter zou weten, zou zeggen dat Joost Posthuma 'gewoon' onderuit is gegaan tijdens een koers en wat zwaar op zijn knie terecht is gekomen. Zo ligt de Hengelose profwielrenner tenminste in zijn bed in het ziekenhuis in Enschede: een paar schrammen op het gezicht, de linkerknie in het gips en een stevig ingepakte rechterenkel.

De werkelijke oorzaak van zijn verwondingen is echter vele malen dramatischer en wie die kent, vraagt zich werkelijk af hoe het mogelijk is dat hij er, relatief dan, nog genadig van af is gekomen. "Ik heb niet één, maar twee engeltjes op mijn schouders gehad", beseft Posthuma.

Hij doet in het kort zijn verhaal. Dat zijn trainingsmakker Hans Rekers en hij op hun dooie gemak een gelijkwaardige kruising naderden. "Het was een onoverzichtelijke kruising, met veel bomen. We reden erop en ineens was daar van links die auto. Hij heeft ons niet gezien en wij hem niet, maar formeel was hij fout want wij kwamen van rechts. De politie heeft dat bevestigd en ook dat hij harder heeft gereden dan de 80 km die je daar mocht."

Rekers kon nog net in een reactie naar links sturen, hij miste de auto, die naar links uitweek, maar daar vol Posthuma in de flank raakte. De Raborenner klapte op de motorkap en tegen de voorruit en werd vervolgens een aangrenzend stuk land in gekatapulteerd. "Dat is mijn grote geluk geweest", beseft de 26-jarige coureur. "Wanneer ik van de auto op de straat gekegeld was of wanneer daar een boom of een paaltje hadden gestaan, dan weet ik niet hoe het was afgelopen."
Posthuma raakte wonder boven wonder niet buiten bewustzijn. "Ongelooflijk als je bedenkt dat mijn petje vast in de voorruit van die Mercedes zat. En die auto zag er ook niet fraai uit. Het is een enorme klap geweest."

Posthuma werd op aandringen van Rekers naar het ziekenhuis van Enschede vervoerd ("Wel zo handig in de communicatie") en daar werd hij perfect opgevangen, zegt hij. "Er stond al een heel team klaar en ze zochten ook meteen contact met de ploegarts en -chirurg in Amersfoort."

De berichten over de fysieke gevolgen van de klap wisselden eergisteren in hoog tempo en varieerden van zeer zwaar gewond tot enkele kneuzingen. Feit is dat Posthuma niet met een gerust hart in slaap viel. "Woensdag was de precieze schade nauwelijks vast te stellen doordat de foto's niet goed bekeken konden worden. Maar ze vreesden zelfs dat mijn bovenbeenspieren van het bot gescheurd waren, ze waren namelijk nergens meer te zien."

Wat dat zou betekenen was niet moeilijk te raden: einde wielerloopbaan. "Tot dat moment had ik daar nog niet eens bij stil gestaan. Eerst had ik veel pijn en daarna was ik allang blij dat ik het allemaal overleefd had. Maar toen ik hoorde dat ik misschien nooit meer kon fietsen, schrok ik wel. Dan gaat er wel van alles door je heen." Maar gisteren, bij nadere bestudering van de foto's, bleek het mee te vallen. "Er zijn waarschijnlijk wel spieren gescheurd bij enkel, knie en in de lies. Maar in principe is dat met rust weer te genezen." De laatste zekerheid daarover moet vandaag volgen na nieuwe onderzoeken.

Het is gek, zegt hij. "Twee weken geleden zei ik nog tegen mezelf: hoe lang fiets je nu al, je hebt nog nooit zware blessures of ongelukken gehad. En nu: binnen twee weken heb je beide."

Het is vervelend, er zal een flinke periode van herstel volgen. Maar voor alles is er het besef dat hij ongelooflijk veel geluk heeft gehad. "Gisteren hebben ze de fiets of wat er van over is, afgeleverd. Ze hebben me verteld dat hij op een deurmat paste. Ik bedoel maar."


 

 

 

Copyright www.joostposthuma.nl