dagboek 3 juli

"Het lijkt wel rijden in een kooi"

"Vandaag heb ik me voor het eerst laten zien. Het gaf wel een kick om voor die massa volk even vooruit te rijden. Voor de start was het hele peloton wat nerveus. Dat kon je goed merken. Na tien kilometer had ik een gevoel van 'laten we het eens proberen'. Ik was direct weg en kreeg dertien man aan mijn wiel."

"Er stond een massa volk langs de kant, niet normaal. De rit was 182 kilometer lang en 182 kilometer was het aan beide kanten van het parcours stampvol. Je krijgt daardoor soms hele gevaarlijke situaties, want wij kunnen geen kant uit. Het is eigenlijk rijden in een soort kooi. Gevangen van de Tour. Hoewel het natuurlijk ook een gigantische kick geeft."

"Het bleef ook de hele dag nerveus. Daar had Erik Breukink ons ook voor gewaarschuwd. Toch waren er veel valpartijen. Ik heb bijvoorbeeld tweemaal dwars op de weg gestaan. Nee, ik ben zelf niet gevallen. Niemand van ons. Maar je zag ze steeds stuiteren. Ik heb heel voorzichtig aan gedaan en goed opgelet, want je ligt zo tegen de grond en dat kunnen we nu niet gebruiken."

"Maar sommige dingen heb je niet in de hand. Je moet bijvoorbeeld heel alert zijn op wat het publiek allemaal doet. Kinderen worden soms een paar meter voor je neus net van straat geplukt. Mensen gaan midden op de weg staan om foto's te maken. Levensgevaarlijk allemaal. Het publiek onderkent niet het gevaar van een aanstormend peloton. En dat kan knap hard aankomen."

"Aan het begin van de etappe hadden we nog een leuke ceremonie. Na de start hebben we twee kilometer gefietst en toen moesten we midden op de weg stopppen. De jongste renner van het peloton, een Franse renner, kwam naar voren en hij moest namens alle renners een eed afleggen. Ja, een soort Olympische eed. Allemaal toch dingen waar je aan merkt, dat dit een hele bijzondere wedstrijd is."





Bron: Rabo Wielersite                                             Terug naar dagboekoverzicht


 

 

Copyright www.joostposthuma.nl