dagboek 17 juli

"Koude colaatjes van de Basken"

"Wat een dag. Wat een slijtageslag. Met afstand de zwaarste dag uit mijn carrière. Maar dat gold niet alleen voor mij had ik de indruk. Volgens mij zit meer dan driekwart van het peloton er helemaal doorheen. De eerste bus kwam rond rond de 45ste plaats binnen. Alles wat daar achter zit, rijdt rond op zijn tandvlees. Als we maandag geen rustdag hadden gehad, maar weer zo'n rit, had de Tour het verder met dikminder dan honderd renners moeten doen."

"Wat me vandaag is opgevallen? Dat Karsten Kroon en Erik Dekker met de besten kunnen klimmen. En dat er meer Basken op de bergen staan dan je ooit hebt gezien. Heel veel. Van iedereen een euro en ik ga een jaar met vakantie. Het was niet leuk en toch ook weer wel. Niet leuk, omdat ze heel handtastelijk zijn. Ze laten een sluisje op de weg open van dertig centimeter en daar moet je dan doorheen. Soms kun je niet eens zien waarheen."

"Wat er dan wel leuk was? Ze zijn vreselijk enthousiast. Daarom zijn ze ook zo opdringerig. Dus het heeft wel zijn charmes. Het leukste is nog dat ze heel veel koude colaatjes uitdelen. Ik kon er zoveel krijgen als ik wilde. IJskoud. Hartstikke lekker als je al een paar uur op de fiets zit te smelten. Het waren alleen Basken die dat deden trouwens. Nederlanders niet. Daar kon je een klets water van krijgen. Ook wel lekker dit keer. Het was heet genoeg."

"Na de finish werd ik door verschillende Nederlandse journalisten belaagd, die me kwamen vragen of ik wel verder kan met mijn knie. Ik snapte er niks van. Blijkt ineens dat in het dagelijkse medische communiqué van gisteren staat, dat ik met mijn knie bij de dokter ben geweest. Ik ben wel bij de dokter geweest, maar alleen voor zonnebrandolie voor mijn wond op mijn arm. Dat heb ik overgehouden aan mijn val op de top van de Galibier."

"Ze zagen me al op weg naar huis. Gerben achterna. Nee, niks aan de hand. Nu we het allerergste gehad hebben, wil ik natuurlijk Parijs ook wel halen. En wie weet, krijg ik straks nog wel een kans. Ik voel me wel leeg, maar dat geldt voor bijna iedereen. En voor Armstrong ben ik al lang geen bedreiging meer."





Bron: Rabo Wielersite                                             Terug naar dagboekoverzicht


 

 

Copyright www.joostposthuma.nl